KemperKip uw perspectief ?

Herman Kemper begon met het concept Kemperkip in 1990 met een klein aantal pluimveehouders. Inmiddels zijn er ± 25 stallen, waarvan ongeveer 12, door heel Nederland, biologische vleeskuikens produceren. Het complete traject van boer tot op de winkelvloer wordt door Kemper verzorgd. 

Kemper produceert twee soorten vleeskuikens:

1. De Kemper Landhoen: een exclusief biologische vleeskip

Maximale stalgrootte 480 m2 ; maximaal 4800 kuikens ; uitloop (naar buiten) 4 m2 per kip ; eerste 4 weken blijven de kuikens binnen ; na 10 weken worden de kuikens geslacht ; voer is 95% biologisch; 4 meter luiklengte per 100 m2 staloppervlakte (hoogte 40 cm) ; daglicht 10 lux bij buitenlichtsterkte van 1200 lux ; controle door Skal ; maximaal 4 ronden per jaar ; 1 jaar na aanmelden bij Skal opzet mogelijk; minimaal 30 dagen leegstand uitloop na een koppel.

2. De Kemper Maïs-Scharrelkip: een langzaam groeiende vleeskip, welke naar buiten kan in een vrije uitloop. Daarnaast bestaat het voer voor deze kuikens voor 50% uit maïs

Maximale stalgrootte 385 m2 ; maximaal 5000 kuiknes ; uitloop (naar buiten) 1 m2 per kip ; eerste 3 weken blijven de kuikens binnen ; na 9 weken worden de kuikens geslacht ; voer is 100% plantaardig met minimaal 50% mais ; 4 meter luiklengte per 100 m2 staloppervlakte (hoogte 40 cm) ; daglicht 10 lux bij buitenlichtsterkte van 1200 lux ; controle door het NCAE (Nederlandse Controle Autoriteit Eieren) ; maximaal 4,3 ronden per jaar.

Werken met voederwinst-garantie:

Nadat de kuikens geslacht zijn in de ambachtelijke slachterij van KemperKip te Uden, worden ze verspreid over het land naar onder andere supermarkten, poeliers, horeca groothandelsbedrijven en biologische slagerijen.
Het concept van Kemperkip geeft een vaste voerwinstgarantie onafhankelijk van sterfte, uitval of ziekten. Van die voerwinstgarantie dient de ondernemer gas, water en licht, strooisel en de huisvestingskosten te betalen. (Voederwinst = Opbrengst kippen -/- Kosten van voer en kuiken). De veeartskosten komen voor rekening van KemperKip BV, evenals alle onderzoeks- en controlekosten.

De kracht van het KemperKip concept is dat er een strakke regie is. Op het moment dat bijvoorbeeld de voerprijs stijgt, zal de vleesprijs ook moeten stijgen. Wat bij de traditionele vleeskuikensector vaak gebeurd, is dat de pluimveehouder minder ontvangt bij een stijging van de voerprijzen en dat het niet wordt doorgerekend in de totale kolom. Kemper garandeert de beloofde voerwinst en beweert daarmee dat op saldoniveau minimaal hetzelfde resultaat behaald wordt als bij de reguliere vleeskuikenhouderij.

Kleine bestaande stallen

Herman Kemper is in zijn concept met name op zoek naar vleeskuikenhouders met kleine bestaande stallen. Nieuwbouw is, vanwege de kleinschaligheid, vooralsnog financieel niet interessant. Logistiek blijft een uitdaging voor de biologische vleeskuikenhouderij, daar KemperKip met name in het oosten van het land opereert. Echter tegenwoordig ook steeds meer in de rest van het land. Biologische vleeskuikenhouders zijn ondernemers die oog hebben voor het kuiken en zijn leefomgeving. Het kuiken staat centraal, niet de productie op zich. Vaak hebben deze ondernemers naast de kuikens nog een andere baan.

Er dient veel grond om de stallen te liggen om de mogelijkheid van weidegang te creëren.

Biologische ondernemers hebben rust en plezier in het houden van hun kuikens. Het is een prachtig product dat met veel liefde wordt grootgebracht.

Het voer

Volgens de regelgeving moet 95% van het voer voor biologische vleeskippen bestaan uit biologisch geproduceerde grondstoffen. Verder is er een beperkte lijst van toegestane toevoegmiddelen en mag het voer voor biologische kippen geen genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) of daarvan afgeleide producten bevatten. Ook AMGB's (Anti Microbiële Groei Bevorderaars) en coccidiostatica mogen niet worden toegediend aan het voer.

Mest

Volgens het biologische basisprincipe van grondgebonden veehouderij wordt alle mest afkomstig uit de biologische veehouderij ingezet in de biologische plantenteelt. Veehouders die niet al hun mest op eigen land kwijt kunnen, mogen deze onder voorwaarden afzetten op andermans biologische grond. Door de ongunstige gehalten van een groot deel van de pluimveemest, is deze echter niet makkelijk te gebruiken in de biologische akkerbouw.