Management

Ingrepen als snavelkappen mogen in de biologische landbouw niet routinematig worden toegepast. Voor sommige van deze ingrepen kan de bevoegde autoriteit echter ad-hoc toestemming verlenen, wanneer de veiligheid in het geding is of wanneer dergelijke ingrepen gericht zijn op de verbetering van de gezondheid, het welzijn of de hygiëne van de dieren.

Het gebruik van diergeneesmiddelen of van antibiotica voor preventieve behandelingen is verboden.

Voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen, installaties en gereedschappen voor de dierhouderij mag slechts gebruik worden gemaakt van de in bijlage III van de landbouwkwaliteitsregeling 2007 opgenomen producten.

De pluimveestallen moeten telkens na het houden van een partij pluimvee worden leeggemaakt. De stallen en toebehoren moeten dan worden gereinigd en ontsmet. Bovendien moeten de uitlopen telkens na een ronde 30 dagen vrij worden gehouden om de vegetatie te laten aangroeien. De marktdeelnemers houden bewijsstukken inzake de toepassing van deze periode bij.

Pluimvee dat binnen wordt gehouden als gevolg van beperkingen of verplichtingen, moet permanent toegang hebben tot voldoende hoeveelheden ruwvoer en geschikt materiaal om aan zijn ethologische behoeften te voldoen.

Uitloop
Pluimvee moet steeds gedurende minimaal 8 uur per dag vrije toegang hebben tot uitloop in de open lucht. Het pluimvee moet aantoonbaar gebruik maken van de gehele uitloop. Skal bepaalt niet hoe de pluimveehouder dit moet bereiken. De pluimveehouder moet aan de inspecteur aantonen dat de dieren de gehele uitloop gebruiken, op alle momenten waarop dat mogelijk is. De pluimveehouder moet zo nodig passende maatregelen nemen.

De uitloop moet begroeid zijn, schuilmogelijkheden bieden en de dieren gemakkelijk toegang geven tot voldoende drink- en waterbakken. Het aantal dieren in de uitloop moet zo laag zijn dat geen verdrassing op kan treden.

Vanaf een leeftijd van 6 weken hebben de kuikens toegang tot de uitloop. De buitenuitloop bedraagt minimaal 4 m2 per dier, is begroeid met gras met hier en daar bomen of andere beschutting. Soms wordt gebruik gemaakt van een betonnen vloer rond de stal. De aanwezigheid van bomen, een hogere buitentemperatuur en de afwezigheid van felle zon (bijvoorbeeld tijdens schemering) zijn factoren die het gebruik van de uitloop positief beïnvloeden. Bomen blijken aantrekkelijk te zijn voor de kuikens, mede omdat zij onder de bomen kunnen rusten en schuilen. Om een hoge uitval door roofdieren in de uitloop te voorkomen, moet de uitloop zijn voorzien van een goede afrastering om bijvoorbeeld vossen buiten te houden en voldoende beschutting te bieden tegen roofvogels. Ook het plaatsen van schuine spiegels, die het zonlicht reflecteren kan hierbij helpen.